Zeilende volleyballers 2001

Wat doen de volleyballers van heren 1 van Smash'66 nog meer dan alleen maar met dat balletje spelen? Een aantal gaat een paar keer per jaar met mij een weekend zeilen. In dit enkele verslagen wordt geprobeerd de indrukken van deze weekenden vast te leggen.

Hoe het ter sprake is gekomen, weet ik niet meer, maar het zal ongetwijfeld aan de bar bij John en Sonja geweest zijn dat het idee geopperd werd om met de 'harde kern' van heren 1 eens een keer te gaan zeilen. Zo gezegd, zo gedaan en sinds 2001 is dat ondertussen een halfjaarlijks evenement geworden.
Met onderstaande bemanning (in wisselende samenstelling) heb ik tot nu toe 6 weekenden gevaren:

André Kik, Harrie Kemp, Arie Delfgauw, Johan v.d. Gaag, Lykele Bokhorst,
Edwin Dijkshoorn (ex-heren 1), Klaas Niks (ex-heren 1).

Weekend 1-2 juni 2001

Vertrek vrijdagavond
Vertrek vrijdagavond

Het eerste weekend was kort maar hevig. Vrijdag na werktijd vertrokken André, Arie, Harrie, Lykele en schipper Henk en zaterdag kwamen we terug. Dit was wel een vuurdoop voor de volleyballers die geen zeilervaring hadden.
Vrijdagavond begon nog betrekkelijk 'rustig' met een tegenwind van 4 tot 5 beaufort en dikke buien. Voordat we vertrokken, hebben we eerst het grootzeil dubbel gereefd. Niet iedereen had op veel regen gerekend wat bleek uit het gebrek aan waterdichte kleding. Op het moment dat er weer een bui opstak, moest Harrie even naar binnen om 'koffie te zetten'. De schipper werd er van verdacht expres de wind en buien op te zoeken maar ja, je zal toch moeten kruisen om tegen de wind in te zeilen.
Vlak voor Hellevoetsluis bleek het nog niet zo eenvoudig om met een slipsteek de stootwillen vast te maken, er viel dan ook eentje in het water begeleid door een flinke krachtterm van André waardoor er een paar extra rondjes gevaren moest worden om hem weer op te pikken. Na deze manoeuvre konden we om ongeveer 22:45 uur afmeren. Na het opruimen, "schoon schip maken", volgde de gebruikelijke oorlam, de borrel na afsluiting van een zeildag (meestal een Beerenburg of een Muier Schipperbitter of iets dergelijks). Om ongeveer 23:30 uur zijn we naar café 't Barbiertje gegaan waar zoals bijna altijd het geval in het weekend ook dit keer weer een prima band speelde. Omdat we de volgende dag niet vroeg hoefden af te varen, zijn we tot het einde gebleven. Lykele had daar trouwens veel moeite mee, na een drukke week stond hij om een uur of twaalf op instorten (tja Lykele, je bent ook geen 40 meer). Daarna om ongeveer 03:30 uur een paar overheerlijke warme bijzondere broodjes bij de bakker gegeten, die was daar 's nachts gewoon open! Om 04:00 uur hebben we onze kooien opgezocht om van een goede nachtrust te genieten. Overigens bleek toen dat Harrie in zijn slaap wel erg luidruchtig is (ontzettend, wat kan die zagen!).

Eerst een ontbijt
Eerst een ontbijt

Zaterdag zijn we rustig begonnen: eerst uitgeslapen en een lekker ontbijtje genuttigd, Arie had heerlijke verse broodjes gehaald. Daarna tegen 12:00 uur weggevaren. Buiten de haven het grootzeilval nog even aan het zeil vastgemaakt (foutje… dat had natuurlijk al in de haven moeten gebeuren). Dat viel niet mee met die harde wind en flinke golven. Windkracht 7 is toch wel erg pittig voor een onervaren bemanning, maar gelukkig hoefden we er niet tegenin, we hebben het in eerste instantie nog wel even geprobeerd richting Stellendam, maar dat was niet leuk meer. We zijn al gauw omgekeerd en de andere kant opgevaren met de wind in de rug. Het werd een prachtig tochtje waar we allen van hebben genoten. André weet nu wat het is om het grootzeil over te halen van de ene naar de andere kant bij windkracht 7, gecontroleerd gijpen noemen we dat. Na dit stukje hardzeilen waren we lekker op tijd terug in de thuishaven 'De Put'. Hier nog een oorlam genomen en schoon schip gemaakt.
In de loop van zaterdag kwam André overigens tot de conclusie dat je van zeilen hoofdpijn krijgt. Gelukkig dacht niet iedereen er zo over. De slotconclusie was: beregezellig en voor herhaling vatbaar!

Weekend 21-23 september 2001

De beschrijving van onderstaand weekend is van de pen van Lykele.

In het vorige verhaaltje heeft Henk verteld hoe het zo gekomen is dat we met een aantal volleyballers zijn gaan varen. Waar hij het vorige, en tevens eerste, hoofdstuk van de reisverhalen te water van de harde kern van Heren 1 afsloot met de woorden dat het voor herhaling vatbaar was, gebeurde dat al in het weekend van 21-23 september 2001. Dit keer waren André, Edwin, Harrie, Johan, Lykele, Henk van de partij.
Als nazaten van mannen als Michiel de Ruyter en Willem Barentz dacht onze schipper dat wij nu al toe waren aan een avontuur op de woeste baren van de Noordzee. Destijds immers hadden die ijzeren mannen met hun houten schepen hetzelfde gedaan. Nu, eeuwen later, zouden wij, de vaders van de patatgeneratie, hetzelfde gaan bewerkstelligen met het polyester vaartuig van Henk. De gedachte alleen al maakte van ons intens gelukkige mensen. Met een zekere spanning werd begonnen aan deze tocht.

Het eerste deel zou ons vrijdagavond naar Hellevoetsluis leiden. Daar werd afgemeerd om naar het altijd gezellige Barbiertje te gaan. De band die er speelde was van hoog niveau en zo gebeurde het dus dat wij pas in de kleine uurtjes de kooien opzochten na eerst nog de plaatselijke bakker te hebben verlost van een flink aantal van zijn pizzaatjes, saucijzenbroodjes en Gyrospunten. De nacht bracht ons betrekkelijke rust. Vlak naast ons was men bezig de kade te ontdoen van zijn reeds eeuwenoude bomenrij getuige de zaaggeluiden die vanuit die richting kwamen. Groot was dan ook onze verbazing dat die er bij het ochtendkrieken nog bleek te staan. Slechts Harrie had niets gemerkt en toen wisten wij genoeg. Voor een uitleg hiervan verwijs ik u graag naar deel 1 van deze serie.

Onder helling het Slijkgat uit
Onder helling het Slijkgat uit

Wij voeren uit richting Stellendam om aldaar de rustige binnenwateren te verlaten en ons te begeven in de kolkende golven van de altijd onstuimige Noordzee. Bij het verlaten van de sluis werd het grootzeil gehesen, dit keer zat de grootzeilval er al aan, en voeren wij met een knoopje of 8 in westelijke richting. Na enige mijlen op zee te hebben gevaren besloot Edwin broodjes te gaan klaarmaken.

Een goede gedachte, echter het bleek wel het laatste wat hij die dag voor ons zou betekenen. Na zijn verblijf in de kombuis en weer bovenkomend met een zak lekkere broodjes begon hij steeds witter weg te trekken.

Stilletjes gezeten dicht bij de reling kwam voor hem het moment dat velen vreesden. De restanten van ochtendmaal en middagpot werden met grote kracht het zilte nat ingestort. Wij wendden onze blikken af en concentreerden ons op datgene waar wij voor op zee zaten: zeilen.

Heerlijk zeilen op zee
Heerlijk zeilen op zee

Het geeft een enorm gevoel van vrijheid. Zes mannen op een grote boot die op zo'n grote zee opeens een stuk kleiner lijkt. De wind door je haren, je proeft het zout dat gewoon in de lucht lijkt te zitten en je komt helemaal tot rust. Weg stress, weg dagelijkse beslommeringen, je bevindt je in een gelukzalige roes. Zelf heeft ondergetekende nog het mooie moment mogen ervaren van het zelf sturen van de boot (of is het nou schip) op de volle zee. Het lijkt eenvoudig, maar is dat niet. Door het constant beuken van de golven tegen de boot moet je alert blijven en bijsturen. Doe je dit niet dan zit je voor je het weet in Engeland of vaar je constant rondjes in de Bermuda driehoek. Gelukkig is er dan altijd nog kapitein Henk. Altijd oplettend en zijn blik tuurt de einder af naar mogelijk onheil. Zo zei hij ook op het juiste moment "bakboord" anders hadden we de Zeeuwse eilanden toch mooi gemist. Bakboord is overigens de nautische term voor links. Op het water gebruik je overigens heel andere termen dan op het land. Als nieuwkomer moet je daar dus ervaring mee opdoen, het is een heel andere wereld. Vergelijk het met een vrouw die voor het eerst in een auto plaats neemt achter het stuur. Termen als links, rechts, automatische transmissie, het zegt ze op dat moment nog niets. Zo was het ook met ons op de boot (schip). Na dus bakboord uitgegaan te zijn door de Geul van de Banjaard, kregen we na een aantal mijlen de Roompotsluis in zicht. Vijf van de zesVanaf zee geeft deze sluis toegang tot de Oosterschelde. In de sluis vroeg de schipper nog even aan de sluiswachter naar de doorvaarthoogte onder de vaste brug die over de sluis ligt, want met hoog water kan hij daar een stukje van zijn mast afvaren wat uiteraard niet de bedoeling is. Op de Oosterschelde was het water een stuk rustiger zodat Edwin zijn zeeziekte al weer snel kwijt was en wij in een lekker tempo op vlak water naar de eindbestemming van die dag konden varen.
We meerden af in de haven van Sint Annaland, door de lokale bewoners aldaar ook wel Stalland genoemd. Na het voldoen van de havengelden bracht Henk ons slecht nieuws. Douche en toilet van het clubgebouw zouden de volgende morgen niet kunnen worden gebruikt. Nu is dat douchen niet zo erg om een keer over te slaan, de ochtendplas kon ook aan boord worden gedaan maar het feit dat het derde belangrijke ochtendgebeuren alvorens je je weer mens voelt, niet zou kunnen, gaf toch enige zorg. We zagen ons ook niet de volgende dag over de reling hangen en ophouden was ook geen optie gezien de gevoelige darmflora van enkelen van ons. Onderwijl hielden wij de moed erin en namen een oorlammetje, en nog één, en nog één. Gezelligheid troef dus en er was zelfs ruimte voor een paar goede moppen. De volgende regels zijn echt gebeurd en beslist geen vissers- of schipperslatijn. Het gaat hier om het feit of toeval nu wel of niet bestaat. Oordeelt u zelf. Onder het genot van een drankje werd de volgende mop verteld: 'Een man komt een vrouw tegen met een papegaai op haar schouder. De vrouw schiet de man aan en zegt: "Als je raadt wat voor dier ik op mijn schouder heb, mag je met me naar bed." Nu is de vrouw niet de mooiste die er is, zeg maar gerust oerlelijk en de plastische chirurgie is duidelijk mislukt. Ze stinkt naar vis en knoflook en haar haar bevat genoeg vet om een MacDonald vestiging 2 weken van te kunnen laten draaien. Met andere woorden, de man heeft helemaal geen zin, krijgt al neigingen die Edwin op zee in praktijk heeft gebracht bij de gedachte alleen al en zegt dus: "een krokodil." "Reken ik goed" zegt de vrouw en sleurt hem mee naar haar woning'. Na nog een paar moppen werd het tijd om te gaan eten. We sloten de boot (schip) af en liepen richting de uitgang van de haven. Groot was onze verbazing toen wij op de steiger bij één van de andere zeilboten een vrouwspersoon tegenkwamen met een papegaai op haar schouder. Niet zo lelijk als in de mop van daarvoor maar we waren wel even met stomheid geslagen. Toeval of niet, gelachen hebben we wel.
Stalland heeft één restaurant wat ook gelijk fungeert als dorpshuis, disco en bingo. We hebben er lekker gegeten en veel gelachen. Daar bleek dat goed personeel schaars is. Om u een aantal voorbeelden te geven: ondergetekende had trek in een biefstukje met kruidenboter. Verder geen sauzen of iets van dien aard. Toen ik dat bestelde, was de reactie van de serveerster: "dat staat niet op de kaart". Toen ik haar attendeerde op het feit dat bij gerecht nummer 2 de biefstuk stond en bij gerecht 7 de kruidenboter (weliswaar niet met biefstuk maar met entrecote) en dat je dat bijvoorbeeld op één bord zou kunnen serveren, moest zij even naar de kok om te vragen of dat mogelijk was. 

Vertrek uit Stalland
Vertrek uit Stalland

Stallanders bleken flexibele mensen. Het kon, en ik moet zeggen het was een lekkere biefstuk. Als afsluiting van de maaltijd besloten we nog tot iets sterks. Irish coffee was geen probleem maar een koffie Dom en een Malt Whisky wel. De koffie Dom was voor onze serveerster iets geheel nieuws en zij moest wederom gaan vragen of dat er was en bij de whisky vroeg ze of het nu malt of whisky moest zijn. Na onze uitleg weten ze daar nu ook dat Malt Whisky geen whisky zonder alcohol is. Er is dus nog genoeg zendelingenwerk op het gebied van horeca te verrichten daar in Stalland. Na enig heen en weer vragen kregen we uiteindelijk wat we hadden besteld maar werden we wel verzocht het te nuttigen in het bargedeelte. Het restaurantgedeelte moest gaan fungeren als garderobe voor de disco die ging starten.
Zo'n dag op zee maakt hongerig en daar hadden we wat aan gedaan. Het maakt echter ook rozig en we lagen die avond vroeg in de kooien. Ik heb zelfs Harrie niet gehoord die nacht.

André was de volgende morgen reeds vroeg op. De aandrang werd steeds erger en de toiletten konden we niet gebruiken. Zoeken dus in de omgeving naar een andere mogelijkheid. Hij vond dit in een klein kroegje en dronk er een kop koffie. Toen hij terugkwam bij de boot en triomfantelijk van zijn ontdekking van een sanitaire voorziening vertelde, was het Henk die de onsterfelijke woorden sprak dat het een grap was geweest. Wij zijn er allen ingetuind, want als je de kapitein niet kan geloven, wie dan nog wel.
Johan en Harrie werden opgehaald met een auto, zij hadden die zondag nog andere zaken te doen, en de overige 4 overgebleven scheepsjongens van Bontekoe voeren de Miles'Tone via een paar hindernissen zoals de Krammersluis, de Volkeraksluis en de Haringvlietbrug, terug naar de haven "De Put" nabij Nieuwendijk. Het was mooi weer met een matig windje en bruin/roodverbrand kwamen we in de haven aan. Totaal hebben we dit weekend ongeveer 80 Nm gevaren. Het was een fantastisch weekend geweest en voor herhaling vatbaar (waar heb ik dit meer gelezen?).

Lykele